Marokko: veertien kilometer

Met negentwintig anderen zit Murad in een zes meter lange rubberboot geschikt voor maximaal acht personen. Ze bevinden zich tussen Marokko en Spanje in de Straat van Gibraltar, op weg van Tanger naar Tarifa. Slechts veertien kilometer scheidt het vertrekpunt van de bestemming, maar voor Murad zijn het twee compleet verschillende werelden. In Marokko moest hij op kapotte schoenen achter toeristen aanlopen om hun te smeken met hem mee te gaan voor een rondleiding. Als lokmiddel trok hij een djellaba over zijn spijkerbroek en T-shirt; zijn universitair diploma lag ongebruikt in een la. In Spanje daarentegen zal hij een baan, een huis en een auto hebben – of dat houdt hij zichzelf in ieder geval voor. De succesverhalen zijn altijd makkelijker te onthouden dan de mislukkingen. Bovendien spreekt Murad vloeiend Engels en Spaans. Hij is niet zoals de anderen. Hij heeft een plan.

Het is een verhaal dat maar al te vaak in het nieuws verschijnt. In krantenberichten hebben bootvluchtelingen soms meer weg van getallen dan van mensen, maar in haar debuut Hoop en andere gevaarlijke verlangens (2006) geeft Laila Lalami hun een gezicht. Waar zogenaamde ‘gelukszoekers’ in het Westen vaak met de nek worden aangekeken, schetst zij een genuanceerd beeld van hun leven – van het schrijnende gebrek aan kansen in Marokko tot de torenhoge obstakels van een migrantenbestaan in Spanje.

Laila Lalami (Rabat, 1970) verhuisde voor haar studie naar de Verenigde Staten en schreef haar boek in het Engels; de vertaling is van de hand van Maya Denneman. Het is de derde roman van dit project die ook sterk op een verhalenbundel lijkt, na Caroline Lamarches De dag van de hond (mijn keuze voor België) en Marie Ndiaye’s Drie sterke vrouwen (Frankrijk). Lalami’s roman en/of bundel vertelt de verhalen van Murad en drie van zijn medereizigers, die we leren kennen tijdens de proloog ‘De reis’. De volgende acht hoofdstukken laten een glimp van hun leven voor en na de overtocht zien. Het ene verhaal is sterker dan het andere en hier en daar vertoont de roman kleine mankementen, zoals dialogen die net niet helemaal overtuigen. Toch schildert Lalami een indrukwekkend portret van vier mensen op zoek naar een beter bestaan.

Zo is er Aziz, wiens reparateursdiploma stof ligt te vergaren naast zijn bed. Hij besluit zijn vrouw achter te laten in de hoop dat hij in Spanje wel een baan kan vinden. Aziz is de enige van de vier die weet te ontsnappen aan de Guardia Civil, omdat hij het snelst het water in duikt wanneer de corrupte schipper vlak voor de Spaanse kust weigert om verder te varen. En alhoewel hij inderdaad werk vindt, betaalt het minder dan verwacht en is het maar de vraag of hij zijn vrouw over kan laten komen uit Marokko – en of hij dat nog wil, na zo lang van haar gescheiden te zijn.

Dan is er Faten, student en toegewijd moslima. Wanneer ze haar vriendin Noura overhaalt een hoofddoek te gaan dragen, neemt Noura’s rijke, ongelovige vader wraak en dwingt hij Faten te vluchten. Ze weet in Spanje te blijven door een agent van de Guardia Civil te verleiden en komt als sekswerker in Madrid terecht, waar ze besluit haar hoofddoek af te doen. Op een gegeven moment vraagt ze zich af wat er met Noura gebeurd is. Wellicht draagt ze nog steeds een hoofddoek, denkt Faten, want Noura kon zich de luxe van een geloof veroorloven. Aan de andere kant is het ook mogelijk dat ze hem heeft afgedaan om haar kleding beter te kunnen laten zien – ‘Dat had je met geld. Het gaf je keuzes.’

Ten derde volgen we Halima, die samen met haar drie kinderen haar gewelddadige man ontvlucht. Op miraculeuze wijze weten ze de overtocht te overleven, alleen om meteen weer te worden teruggestuurd naar Marokko.

En Murad zelf? Ook hij kan zijn plan niet ten uitvoer brengen. Net als Halima wordt hij Spanje uitgezet en moet hij opnieuw proberen om de eindjes aan elkaar te knopen in Marokko. Toch blijft niet alles bij hetzelfde. Deze keer weigert hij om achter toeristen aan te rennen en besluit hij het heft in eigen handen te nemen. En zo eindigt de roman toch optimistisch, alsof Lalami wil zeggen dat hoop misschien wel gevaarlijk kan zijn, maar ook broodnodig is.

4 Comments

  1. Het schrijnende verhaal van bootvluchtelingen – mensen die in uiterste wanhoop moeten verkeren omdat ze anders deze stap niet gezet zouden hebben en die dus zeker nooit ‘gelukszoekers’ zouden moeten worden genoemd, maar eerder ‘wanhopigen’ – kan niet vaak genoeg verteld worden. Dat is een belangrijke reden om dit boek te lezen, vanwege de boodschap, de wanhoop, de uitzichtloosheid thuis. Een reden om het misschien niet te lezen is de genoemde mankementen, zoals de dialogen die hier en daar als ‘niet overtuigend’ geclassificeerd worden. En er lijken nog meer mankementen te zijn, die niet met name genoemd worden. Je schrijft duidelijk dat dit boek een genuanceerd en indrukwekkend beeld geeft van het leven van ‘bootvluchtelingen’. Alleen, ik vraag me af of dat opweegt tegen de mankementen van het boek? Met andere woorden, beveel je ons dit boek aan? Of doe je liever geen uitspraken hierover en laat je het aan de lezer van dit blog over om conclusies te trekken aan de hand van jouw beschrijving?

    1. Ja, ik zou deze roman wel aanbevelen. Niet alleen vanwege het onderwerp, maar ook omdat het een mooi boek is. Neem alleen al de openingszin die ik geleend heb voor mijn stukje: ‘Veertien kilometer.’ Slechts twee woorden, maar wat mij betreft een ijzersterk begin.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *