Equatoriaal-Guinea: helemaal alleen in de oceaan

De voorkant alleen al is reden genoeg om Juan Tomás Ávila Laurels By Night the Mountain Burns te lezen, maar het is zeker niet de enige reden. Het boek stond op de shortlist van de Independent Foreign Fiction Prize en won een English PEN Award, net als Dulce Maria Cardoso’s The Return (mijn keuze voor Portugal) en The Ultimate Tragedy (mijn keuze voor Guinee-Bissau). Goed gezelschap, dus. Bovendien werd By Night uitgegeven door And Other Stories, een kleine en innovatieve Britse uitgeverij die al op mijn radar stond door hun originele aanbod en die mij vandaag extra vrolijk maakte. Het zit namelijk zo. Drie jaar geleden kaartte de Brits-Pakistaanse auteur Kamila Shamsie in The Guardian het seksisme in de literaire wereld aan. Ervan overtuigd dat er radicale middelen nodig zijn voor echte veranderingen, riep ze uitgeverijen op om in 2018 alleen boeken geschreven door vrouwen uit te geven. Vandaag las ik dat And Other Stories als enige uitgeverij gehoor heeft gegeven aan Shamsies oproep. Het is een gedurfde keuze en een lichtpuntje in een tijd waarin telkens opnieuw blijkt dat schrijfsters niet hetzelfde behandeld worden als schrijvers (Corina Koolen promoveerde er eerder deze maand nog op aan de Universiteit van Amsterdam – lees hier haar opiniestuk in Het Parool).

By Night the Mountain Burns (2014) werd, net als The Ultimate Tragedy trouwens, vertaald door Jethro Soutar. Uit het Spaans, want Equatoriaal-Guinea is het enige Spaanstalige land in Afrika. In The Guardian vertelt Soutar hoe het is om een roman te vertalen uit een land zonder onafhankelijke journalistiek, waar de meeste mensen geen toegang tot het internet hebben en al helemaal niet tot ongecensureerd internet. Dat is de situatie op het vasteland, een kleine rechthoek ingeklemd tussen Kameroen en Gabon, en op Bioko, het eiland waar ook de hoofdstad Malabo ligt. Op Annobón, een klein, afgelegen eiland dat door kilometers en kilometers Atlantische oceaan wordt gescheiden van het West-Afrikaanse vasteland, is de situatie nog extremer. Het wordt genegeerd door de regering tenzij er een reden is om het uit te buiten en dus is Annobón ‘all alone at sea’.

Ávila Laurel (1966) groeide er op. Inmiddels woont hij vanwege zijn verzet tegen het dictatoriale regime van Teodoro Obiang Nguema Mbasogo in ballingschap in Barcelona, maar in By Night neemt hij de lezer mee naar zijn geboortegrond. Hij vertelt het verhaal van een naamloze jongen die samen met de rest van zijn familie opgroeit in het huis van zijn excentrieke grootvader, die als kluizenaar op de eerste verdieping woont. Op originele wijze doet de jongen verslag van het leven op een eiland waar de dagelijkse routine geregeerd wordt door bijgeloof, waar vrouwen op het land werken en mannen vissen, en waar de bewoners een constant gevecht leveren tegen de ‘shortages of everything’.

Net als The Ultimate Tragedy, heeft By Night veel weg van een mondelinge vertelling. De jongen vertelt zijn verhaal alsof de lezer samen met hem rond een kampvuur zit, langzaam, ‘like telling a ghost story under a full moon’. Vaak spreekt hij de lezer direct aan, herhaalt hij zichzelf of doet een bepaald woord hem denken aan een ander verhaal, dat hij meteen begint te vertellen. Aan het begin van de roman sluipen hij en de andere kleinkinderen hun grootvaders slaapkamer binnen en vinden ze iets buitengewoons en tragisch. Even lijkt het alsof het verhaal zal draaien om hun ontdekking, maar de lezer krijgt niet zomaar een antwoord op de vraag wat het was. Het boek heeft geen lineair plot, maar is een literaire matroesjka: een verhaal in een verhaal in een verhaal…

Vaak gaan die verhalen over eten. De zee is zo vol vis ‘that sometimes they fell out of it onto the beaches, like mangoes falling from a tree’, maar in de familie van de verteller zijn er geen vaders om al die vis te verzamelen (hun boot is nooit teruggekomen) en de excentrieke grootvader komt nooit naar beneden. Bovendien maakt een grote brand korte metten met de oogst en worden veel vissers geveld door een cholera-epidemie. Vaak kunnen de eilandbewoners alleen maar hopen dat er in de verte toevallig een schip van een vriendelijk land voorbij zal varen, zodat ze hun voorraden kunnen aanvullen. Wie op zee een lichtje ziet, moet te allen tijde zijn vangst overboord gooien om zo snel mogelijk naar het lichtje toe te peddelen.

Op een gegeven moment offeren de eilandbewoners zelfs hun kostbare eten aan de ‘Saltwater King’, in de hoop op betere tijden. Bijgeloof is alom aanwezig op het eiland en varieert van het binnenhouden van kinderen tijdens een begrafenis (zodat de lucht van de doden hen niet meeneemt) tot het uitsluiten van ‘she-devils’ (vrouwen in de overgang) en zelfs het doodslaan van vrouwen die verdacht worden van zwarte magie. De verteller is een nieuwsgierige jongen, slim en kritisch genoeg om vragen te stellen bij deze praktijken. Zelfs bij de zoutwaterkoning heeft hij zo zijn twijfels, ook al spoelde geen enkel offer ooit weer aan op het eiland.

Tussen alle moeilijkheden door valt er ook veel te lachen, vaak door de kinderlijke stem van de verteller. En ondanks de opmerkelijke vertelstructuur is het niet moeilijk om je onder te dompelen in dit verhaal over hoop, wanhoop, overleving en samenwerking. Aan het eind kon ik niet anders dan liefde voelen voor dit kleine eiland, dat zo ver van iedereen vandaan is, helemaal alleen in de oceaan.

9 Comments

  1. Wat een bijzondere inleiding dit keer, over een kleine uitgeverij die begrijpt dat soms een statement nodig is. Ik ben nu geneigd om alleen nog boeken te kopen die door deze uitgeverij zijn uitgegeven. En een beetje aardrijkskunde is ook nooit weg, want ik denk niet dat ik eerder gehoord had van dit land, laat staan dat er ook nog een afgelegen en nagenoeg vergeten eiland bij hoort. Ik hoop dat door deze blog zowel de schrijver als het land veel aandacht zullen krijgen!

    1. Ik wist dat ook niet. Het ligt vlak onder de evenaar, dus zelfs de eilanden van Sao Tomé en Principe liggen nog dichter bij het vasteland van Equatoriaal-Guinea. En van die uitgeverij word ik echt vrolijk. Ik had de afgelopen tijd juist het gevoel dat er zo goed als niks verandert.

    1. Dit was zeker een van mijn favorieten tot nu toe. Hij heeft ook een boek geschreven over een groep migranten die Europa probeert te bereiken: The Gurugu Pledge. Die zou ik ook graag lezen.

  2. Namens Juan Tomas (de schrijver) dank. Ik doe in Leiden onderzoek naar zijn werk en dat van andere schrijvers en beeldendekuntenstenaars ui Equayoriaal Guinea. Ik ken hem persoonlijk. Kleine correctie: het gaat niet om boten van een vrirndelijk natie in hey boek maar om “een bevriende natie” in de originele Spaanse tekst. Groet, Anita Brus

    1. Dankjewel voor je comments en voor de correctie. Wat bijzonder om te horen dat dit stukje ook bij de auteur zelf terecht is gekomen. Ik was erg onder de indruk van By Night the Mountain Burns, dus The Gurugu Pledge staat inderdaad op mijn lijstje voor in 2020.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *