Afrika

Congo-Brazzaville: een sarcastisch stekelvarken

10/06/2018

Lange tijd wist ik niet welk boek ik moest kiezen voor Congo-Brazzaville (oftewel de Republiek Congo, de kleinste van de twee). Ik twijfelde tussen het experimentele werk van Sony Lab’ou Tansi, de duistere oorlogsroman Johnny Mad Dog van Emmanuel Dongala, en de komische boeken van Alain Mabanckou. De auteurs klonken alle drie even interessant, maar uiteindelijk gaf het genre de doorslag. Ik las al een experimentele roman uit Kameroen en oorlogsverhalen speelden een rol in onder andere Guinee en Mali, maar komische romans zijn nog niet aan bod gekomen in dit project. Het werd dus Mabanckou. Om verdere keuzestress te vermijden, koos ik puur op basis van de titel en het omslag zijn in 2012 verschenen roman Memoirs of a Porcupine, uit het Frans vertaald door Helen Stevenson.

Ik kocht het boek in de zomer van 2017, en vlak daarna ontdekte ik dat De Geus op het punt stond om de eerste Nederlandse vertaling van Mabanckous werk te publiceren. Het feit dat dat pas in september 2017 gebeurde, is nog steeds een van de meest verbazingwekkende ontdekkingen van dit project. Mabanckou (1966), die als hoogleraar Franstalige letterkunde aan de University of California in Los Angeles werkt, is een prijswinnende auteur die zowel in de Frans- als Engelstalige literaire wereld zeer goed werd ontvangen. Zo kreeg hij in 2006 de Prix Renaudot (voor Memoires de Porc-épic), stond hij in 2015 op de shortlist van de Man Booker International Prize en ontving hij in 2012 de Grand Prix de littérature Henri Gal voor zijn gehele oeuvre.

Wellicht vonden Nederlandse uitgevers zijn werk al die tijd niet toegankelijk genoeg. Dat zegt dan toch iets over de steeds kleiner wordende wereld van de vertaalde Franstalige literatuur, want in de jaren ’80 en ’90 verscheen de ene na de andere vertaling van Sony Lab’ou Tansi, en zijn boeken kunnen toch ook moeilijk pageturners genoemd worden.

In ieder geval is er nu een eerste stap in de goede richting gezet: De Geus publiceerde Prins Peper, vertaald door Jan Pieter van der Sterre en Reintje Ghoos. Ondanks deze spiksplinternieuwe vertaling besloot ik mijn keuze niet te veranderen. Ik was inmiddels wel benieuwd geworden wat het stekelvarken allemaal te vertellen had.

Dat heb ik geweten. Vanaf de eerste bladzijde ratelt Mabanckous stekelvarken, die pas aan het eind van de roman een naam krijgt, aan één stuk en in een razend tempo door, honderdvijftig pagina’s lang, zonder ook maar één enkele punt. Mabanckou beperkt zijn leestekens tot komma’s, waardoor zijn zinnen net zo lang worden als zijn alinea’s en de witregel voor de volgende alinea de enige pauze is die de lezer krijgt. Af en toe werkt het opstuwende ritme op de zenuwen, maar aan de andere kant past het goed bij de sarcastische toon van het stekelvarken en bij de aard van zijn bekentenissen, die hij toevertrouwt aan de baobab waar hij onder zit.

Het begon allemaal toen hij de ‘double’ werd van zijn meester Kibandi, die op elfjarige leeftijd een ritueel onderging waardoor hij en het stekelvarken voor altijd aan elkaar verbonden zouden zijn. ‘I was my master’s third eye, his third nostril, his third ear’.

Nu zijn er goede en slechte doubles, en het stekelvarken is een slechte – er moet immers iemand de schuld krijgen van het kwaad. Mensen met een ‘harmful double’ voelen geen emoties zoals medelijden of spijt meer (‘night will enter their souls’), met alle gevolgen van dien. In opdracht van Kibandi verandert het stekelvarken in een sluipmoordenaar, en iedereen die ook maar een verkeerde blik op Kibandi werpt, legt het loodje.

Overigens komt het stekelvarken niet meteen ter zake – dat doen mensen immers ook niet – en vertelt hij de baobab ook maar meteen zijn hele levensverhaal. Ondanks het ritme van Mabanckou’s komma’s zit er een bepaalde traagheid in die hoofdstukken. Pas wanneer de moordlustige samenwerking begint, komt er vaart in de roman.

Het stekelvarken vertelt zijn verhaal met de nodige humor – ‘laughter is not just for humans, for porcupine’s sake’ – en zijn toon is vaker sarcastisch dan serieus. Hij drijft de spot met alles en iedereen, van de bijbel tot literatuur en van Afrikaanse mythen tot witte etnologen. Dat maakt Memoirs of a Porcupine tot een wervelende mengeling van surrealisme en satire. En doordat Mabanckou zijn zwarte humor verpakt in het eindeloze ritme van mondelinge vertellingen, is het resultaat niet alleen komisch maar ook inventief en experimenteel.

Dit vind je misschien ook interessant

4 Reacties

  • Reply Merie Polkamp 11/06/2018 at 02:13

    Haha wat een verhaal lijkt me dit! Deze zet ik ook op mijn lijst.

    • Reply Anne Polkamp 11/06/2018 at 08:56

      Sarcastische stekelvarkens kunnen we allemaal wel gebruiken 🙂

  • Reply Lidy Pelsser 16/06/2018 at 19:18

    Een heel boek zonder punten, dat is bijzonder! En het lijkt ook wel een gewelddadig boek, aangezien er sprake is van een moordlustige samenwerking. Desondanks valt het boek in de categorie ‘komische roman’. Ik ben heel benieuwd!

    • Reply Anne Polkamp 17/06/2018 at 10:45

      Ja, het is eerder een parodie op boeken over seriemoordenaars dan echte crime fiction. Vanwege de satirische toon ligt het verhaal nergens zwaar op de maag.

    Laat een bericht achter