Angola: de canon is hardnekkig

De twee bekendste schrijvers van Angola, José Eduardo Agualusa en Pepetela, zijn witte mannen. Volgens Afrikult.com komt dat vaker voor in Portugeestalig Afrika. Ook in Mozambique is de bekendste auteur – Mia Couto – een witte man. Eigenlijk komen geen van deze auteurs in aanmerking voor dit project, want het idee was nou juist om wat minder klassiekers van witte mannen te lezen en wat meer (voor mij) onbekende boeken van vrouwen van kleur. Toch las ik een boek van Pepetela. De canon is hardnekkig.

Ik weet niet precies waar het mis ging. Misschien had ik na negenentwintig literaire speurtochten geen puf meer voor de dertigste. In ieder geval leek het tijdens mijn eerste zoektocht alsof alle vertaalde Angolese literatuur geschreven was door bekende, witte auteurs. Pas toen ik tijdens het schrijven van dit stuk nog eens op zoek ging, kwam ik alle boeken tegen die ik eigenlijk had moeten lezen. Agostinho Neto’s Sacred Hope bijvoorbeeld, een dichtbundel geschreven door de eerste president van Angola. Of Sousa Jamba’s Patriots, een autobiografische roman over een jongen die met zijn halfbroer opgroeit in Angola.

Toch ligt het niet alleen aan mij dat ik deze auteurs over het hoofd zag. Google ‘Angolese schrijvers’ en je vindt vooral witte mannen. Het lijstje van The Guardian met de drie beste boeken over Angola bestaat uit twee witte Angolese schrijvers (drie keer raden wie) en een witte Britse schrijver. En dat zijn slechts twee voorbeelden van de barrière die het internet steeds weer opwerpt, ook als het over vrouwen gaat. Laila Lalami vond ik nadat ik actief op zoek was gegaan naar vrouwelijke schrijvers uit Marokko. Angèle Rawiri vond ik in een boek over vrouwelijke auteurs uit Gabon. Naar mannelijke schrijvers heb ik niet één keer op zoek hoeven gaan. Die vind je sowieso wel – lijstjes met de beste literatuur uit, zeg eens wat, Cuba, Portugal en Turkije staan er vol mee. Zo wordt de canon in stand gehouden en komen we steeds weer bij dezelfde (witte) mannen terecht.

Zoals Pepetela dus. Ik las zijn roman Het Lied van de Watergeest, waarvan de Portugese versie in 1995 verscheen en de vertaling van Harrie Lemmens in 2011. De roman, een magisch realistisch verhaal dat zich afspeelt in Luanda, is een aanklacht tegen de corruptie en het verval in het Angola van de jaren ’80. De hoofdpersonen, de getrouwde João Evangelista en ‘Haaibaai’ Carmina (hc), zijn die corruptie in eigen persoon. Hij is een luie, ambitieloze man die zijn tijd liever besteedt aan kolonialistische computerspelletjes dan aan zijn nutteloze baan bij één of ander ministerie waar ze toch niet verwachten dat hij komt opdagen; zij is een bazige vrouw die haar idealen al snel laat vallen voor een politieke carrière en een lucratieve wapenhandel.

Het magisch realistische element van de roman beeldt de gevolgen van de politieke chaos uit: het land stort letterlijk in elkaar. Aan het Kinaxixiplein waar João en hc wonen, wordt de ene na de andere flat slachtoffer van het surrealistische ‘syndroom van Luanda’. Elke keer als er een flat instort, dwarrelen cementstof, meubels en mensen langzaam naar beneden – niets of niemand heeft een schrammetje en niemand weet waarom.

Het leidt tot komische taferelen, zoals groepen flatbewoners die zich verzamelen rond op de grond gedwarrelde koelkasten om de inhoud ervan zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven – wie het dichtst in de buurt komt, mag de koelkast opeisen. Of de blotebillenbeweging die aan het eind van de roman ontstaat, waarbij ‘[d]e daklozen van Kinaxixi protesteren tegen de regering, die niets voor hen doet, door het naakt uit te roepen tot nationale dracht, de enige die overeenstemt met het levenspeil van het volk’.

Parallel aan het verhaal van João, hc en de vallende gebouwen, loopt dat van Kassandra, een meisje dat een lied hoort opklinken uit het water dat opborrelt op de plek van de ingestorte flats. Volgens de dorpsoudste Kalumbo, die in een onafgebouwde flat aan het plein woont, is dat het lied van de watergeest Kianda. Hij reageert geïrriteerd wanneer Kassandra haar beschrijft als half vrouw, half vis: ‘Dat is iets van de [witte mensen], hun meermin. […] De kolonisten hebben onze ziel uitgerukt door alles te veranderen, zelfs de manier waarop we ons Kianda voorstellen.’ De watergeest is juist een wezen dat zich op allerlei manieren uit, bijvoorbeeld in de vorm van een lied. Vroeger woonde ze in het meer dat gedempt werd om de flats aan het Kinaxixiplein te bouwen, maar nu krijgt ze geen lucht meer en komt ze in opstand.

Het klinkt misschien alsof Het Lied van de Watergeest een geniale politieke satire is waarin magisch realisme, humor en ironie gebruikt worden om de pijnpunten van het kolonialistische en het onafhankelijke regime bloot te leggen. En deels is dat ook zo. Alleen lijkt het alsof Pepetela er niet helemaal in slaagt om al die elementen samen te brengen tot één geheel. Vaak lijkt het alsof de roman bestaat uit losse, langs elkaar lopende verhalen – dat van het onwaarschijnlijke huwelijk tussen de nietsnut João en de ambitieuze hc, dat van de vallende flats en dat van Kassandra – waarbij die verhalen elkaar nergens echt ontmoeten. Ik heb Het Lied van de Watergeest met plezier gelezen, maar kon het idee niet loslaten dat het boek meer had kunnen zijn dan het is.

Oh, en for the record: ik laat mij geen tweede keer om de tuin leiden door de canon. Volgende keer laat ik de Pepetela’s en Agualusa’s van deze wereld links liggen en kies ik weer voor de Neto’s en de Jamba’s, want witte mannen zijn op dit moment oververtegenwoordigd in de literaire wereld. En ja, ik weet het, sommige van hen schrijven meesterwerken. Het probleem is alleen dat we op deze manier de meesterwerken van anderen over het hoofd zien. Of, erger nog, dat ze nooit worden geschreven.

4 Comments

  1. Ik heb deze blog met heel veel plezier gelezen! Ook al ontmoeten de verhalen elkaar nergens echt, toch lijkt het me een leuk boek, met die koelkasten die te pletter zouden moeten vallen maar dat niet doen, en de watergeest die eindelijk weer boven komt. Wat een goed voornemen trouwens, om je niet nog een keer om de tuin te laten leiden!

    1. Ja, ondanks dat ik denk dat het beter had kunnen zijn, heb ik er wel van genoten. De woordkeus is nog een minpunt trouwens (n-woord, ‘blanke mensen’).

  2. Zo zie je tijdens je reis hoe het patriarchische systeem in zijn werk gaat, dat boeken geschreven door vrouwen zoveel moeilijker te vinden zijn. Jammer!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *