Madagascar: geen halve mannen

Waar denk je aan als ik Madagascar zeg? Zijn het misschien lemuren of baobabbomen? Die reeks animatiefilms over dierentuindieren, wellicht? Het zou niet verwonderlijk zijn als deze stereotypen als eerste in je opkomen. Zoals Jacques Bourgeacq opmerkt in de introductie van Voices from Madagascar, horen we in het Westen maar weinig over het eiland, en wat we horen is bijna nooit afkomstig van Malagassiërs zelf.

Voices from Madagascar (2002) brengt daar verandering in. Het is een tweetalige bloemlezing met korte verhalen en gedichten van maar liefst zeventien verschillende Malagassische auteurs, samengesteld door Jacques Bourgeacq en Liliane Ramarosoa. Sommige bijdragen zijn al eerder in het Frans gepubliceerd; andere verschijnen in Voices voor het eerst.

De bloemlezing is het enige boek dat ik kon vinden waarin werk van Malagassische vrouwen is opgenomen. Een van hen is Esther Nirina, die in een aantal sobere maar krachtige gedichten ongelijkheid en seksisme aan de kaak stelt. Zo schrijft ze over de destructieve gevolgen van mannelijke arrogantie (‘When I see / Man / Set out to conquer a fly / Bring down the garden’s trees / Without any hesitation’) en dicht ze over de duivelse verleiding om te denken dat een vrouw niet meer is dan een halve man.

Ironisch genoeg zijn er meer dan twee keer zoveel mannen als vrouwen opgenomen in Voices (twaalf tegenover vijf). Afgaande op het aantal bijdragen (zesenveertig tegenover zestien), had Nirina misschien beter kunnen dichten dat een vrouw niet meer is dan een derde man. Alhoewel Malagassische mannen ook een te kleine rol spelen op het literaire wereldtoneel, lijken Malagassische vrouwen bijna in de coulissen te verdwijnen. En dus richt ik bij dezen uitsluitend een spot op hen.

De twee vrouwelijke dichters die in Voices zijn opgenomen, schrijven over uiteenlopende onderwerpen en in compleet verschillende stijlen. Naast de gedichten van Nirina, die niet alleen sobere poëzie schrijft maar ook prozagedichten, bijvoorbeeld over de terugkeer naar haar geboortedorp, is er poëzie van Lila Ratsifandriamanana. Zij schrijft geëngageerde, ontroerende gedichten over een land met corrupte leiders waar de wet van alles of niets geldt: ‘All for the powerful / And for the people… nothing!’

De korte verhalen – vier stuks in totaal – zijn net zo gevarieerd. Het eerste verhaal is Christiane Ramanantsoa’s ‘Grandma’, waarin een oma uit het dakraam van haar kleinzoon klimt voor een nachtelijke heksendans. Ramanantsoa beschrijft het spektakel met korte, staccato-achtige zinnen die in schril contrast staan met de wanordelijke chaos van het ritueel zelf. Van een heel andere orde is Lila Ratsifandriamanana’s ‘God Will Come Down to Earth Tomorrow!’, een geestig verhaal waarin de eilandbewoners zich voorbereiden op de komst van God. Alice Ravosons ‘In the Top of the Aloalo’ is weer compleet anders. In formele en plechtige bewoordingen vertelt Ravoson het verhaal van Marielle, die toeristen rondleidt door het zuiden van Madagascar wanneer ze hoort dat haar schoonmoeder is overleden in het noorden. Vanwege een cycloon zijn alle vluchten geannuleerd, en dus zit Marielle vast. Terwijl de toeristen zich verbazen over Malagassische begrafenistradities (en over het feit dat hun reisleiders geen analfabeten zijn), denkt zij terug aan haar schoonmoeder aan en alle conflicten die ontstonden toen Marielle weigerde om zich aan te passen aan traditionele, seksistische rollenpatronen.

Bao Ralambo’s ‘The President’s Mirror’, een geweldig verhaal dat tegelijkertijd grappig en filosofisch is, is mijn favoriet. De hoofdpersoon is een president met kinderlijke driftaanvallen en een voorliefde voor practical jokes, die op een dag zijn dubbelganger tegenkomt. Hij besluit hem in te zetten als plaatsvervanger tijdens saaie ceremonies – een plan dat al snel volledig uit de hand loopt.

‘The President’s Mirror’ werd vertaald door Marjolijn de Jager, net als bijna alle andere verhalen en gedichten in Voices. Er zijn uitzonderingen: Ramanantsoa’s ‘Grandma’ werd vertaald door Lanscom, s.a.r.l., en twee gedichten van Ratsifandriamanana en een gedicht van Nirina werden vertaald door Jacques Bourgeacq.

In de introductie spreekt Bourgeacq zijn hoop uit dat Voices tot meer Engelstalige vertalingen van Malagassisch werk zal leiden. Die droom is inmiddels werkelijkheid geworden, want vorig jaar verscheen de eerste Engelstalige vertaling van een Malagassische roman: Naivo’s Beyond the Rice Fields, vertaald door Allison M. Charette. Alhoewel het fantastisch nieuws is dat er eindelijk een Malagassische roman beschikbaar is in het Engels, vraag ik me af wanneer de literaire wereld vrouwen niet langer als halve mannen zal zien.

We moesten jaren wachten op Beyond the Rice Fields. Hoe lang moeten we nog wachten op vertaalde boeken van Christiane Ramanantsoa, Bao Ralambo, Lila Ratsifandriamanana, Alice Ravoson en Esther Nirina?

2 Comments

  1. De verhalen die in deze bundel staan lijken me prachtig en zeker de moeite waard om te lezen. Hopelijk leidt deze blog ertoe dat de boeken van de genoemde vrouwelijke schrijvers op korte termijn vertaald zullen worden!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *