Mauritius: vlakgommen om alles uit te wissen

De zeventigjarige Raj verzamelt vlakgommen. Hij kan het niet laten om tijdens elke reis, op Mauritius of in het buitenland, gommetjes te kopen ‘in alle kleuren en maten’. Thuis bewaart hij ze in een koffertje bovenop zijn kast. Als zijn zoon die koffer ooit vindt, verwacht Raj niet dat hij het zal begrijpen. Waarschijnlijk zal zijn zoon de hele verzameling afdoen als een oudemannengril. ‘Ik zou hem misschien moeten uitleggen dat dit mijn manier was om de tand des tijds te misleiden, de dood uit te stellen en de illusie in stand te houden dat je alles kunt uitwissen om beter opnieuw te kunnen beginnen.’

Raj is de hoofdpersoon van Nathacha Appanahs De laatste broer (2008), een boek dat slechts 191 bladzijden telt, maar de indruk wekt dat het veel langer is. De roman is dan ook gebaseerd op een groots verhaal: dat van de 1587 Joden die in 1940 Europa ontvluchtten, alleen om de toegang tot Palestina ontzegd te worden door de Britten (Palestina was in die tijd een Brits mandaatgebied) en gedeporteerd te worden naar Mauritius. Bijna 1600 Joden die ternauwernood waren ontsnapt aan de nazi’s, werden middenin de Indische Oceaan alsnog gevangengezet.

Het is een verhaal dat veel mensen onbekend is. Appanah (1973), een Mauritiaanse auteur die al tientallen jaren in Frankrijk woont, vertelt in een interview met Anderson Tepper over haar geschokte reactie toen ze voor het eerst over de geschiedenis hoorde – ze was toen al in de twintig. In De laatste broer leidt het onderwerp zelfs tot hoongelach tijdens de geschiedenisles. Blijkbaar is Nederland niet alleen in haar neiging om de smerige kanten van het nationale verleden snel-snel-snel onder het tapijt te moffelen. (Hoppa, handen afvegen en het is net alsof het vuil er nooit is geweest, is het niet?)

Appanah vertelt het verhaal van de Joodse gevangenen vanuit het perspectief van de Indiaas-Mauritaanse Raj. Hij blikt terug op zijn vriendschap met David, een Joodse wees uit Praag, die hij zestig jaar eerder leerde kennen op het gevangenisterrein.

De eerste keer dat ze elkaar zien, staat er een hek van prikkeldraad tussen hen in. Raj is naar de gevangenis geslopen om ‘de gevAArlijken, de mArrOns, de dIEven en de schUrken’ te bekijken, maar ziet enkel een groep broodmagere mensen – witte mensen, die hij tot dan toe alleen kende als directeurs, niet als gevangenen. In David, wiens krullen dansen ‘alsof ze op duizenden minuscule springveren waren gemonteerd’, herkent hij zichzelf. Waar David zijn hele familie is verloren, rouwt Raj om zijn twee broers, Anil en Vinod, die zijn omgekomen tijdens een plotselinge storm.

Later, wanneer Raj door de klappen van zijn gewelddadige vader in het gevangenisziekenhuis verpleegd moet worden, leren hij en David elkaar beter kennen. Het Frans is voor hen allebei een vreemde taal en daarom vormen de meest eenvoudige woorden het begin van hun vriendschap: ‘ik ben alleen. Ik ook.’

Nog later zorgt een tweede storm voor een gat in het prikkeldraad, waardoor Raj David mee kan nemen naar zijn moeder, bijna alsof hij haar een nieuwe zoon wil geven. Heel even is het leven prachtig, maar wanneer Rajs vader David ontdekt, weet Raj dat hij en zijn vriend niet kunnen blijven. Er volgt een koortsachtige vlucht die eindigt in een tragedie.

Het is geen raadsel waarom Raj zijn leven liever zou willen uitwissen. Toch is De laatste broer ook een verhaal vol liefde, schoonheid en hoop. De volwassen Raj is een gelukkige man, een trotse vader die kleine kinderen leert lezen en wilde bloemen plukt voor zijn vrouw. Bovendien is De laatste broer machtig mooi geschreven, met prachtige beelden en in een proza waarbij vorm en inhoud nauw verbonden zijn. Wanneer Raj opgewonden is of in paniek, versnelt Appanah, laat ze komma’s achterwege en buitelen haar woorden over elkaar heen. Op andere momenten vertraagt ze juist en kabbelen haar zinnen langzaam voort. Altijd weet ze, geholpen door de mooie vertaling van Truus Boot, de juiste toon te vinden.

Niet voor niets won Appanah in 2007 de Prix du Roman FNAC en werd haar boek genomineerd voor de Prix Médicis en de Prix Femina. De laatste broer is een prachtige roman, die leest als een requiem voor Anil en Vinod, David en de 127 Joden die hun gevangenschap in Mauritius niet overleefden. Want ondanks zijn hunkering naar vlakgommen weet Raj één ding zeker: hun verhaal moeten we nooit vergeten.

4 Comments

  1. Ik heb deze prachtige recensie met tranen in de ogen gelezen. Dank je wel!
    Dit verhaal, deze geschiedenis, moet zeker niet verloren gaan.

  2. Ik had nog nooit gehoord van deze geschiedenis. Mooie recensie en bedankt voor het delen. Klinkt als een erg mooi boek waar je ook nog eens een stukje ongehoord geschiedenis mee leert.

    1. Dankjewel! Ik kan me voorstellen dat Appanah met deze roman veel lezers voor het eerst op deze geschiedenis wijst, en daarmee doet ze eigenlijk precies wat Raj zelf ook zo graag wil.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *