Wat ik niet las, deel 1: Equatoriaal-Guinea

De afgelopen maanden heb ik meermaals gemerkt hoe sterk de invloed van het literaire patriarchaat kan zijn. Het schrijnendste voorbeeld daarvan is natuurlijk dat ik in juni ontdekte dat achttien van de eerste tweeëndertig boeken die ik uitkoos waren geschreven door mannen, terwijl ik juist op zoek was naar extra veel vrouwen. Sommige van die achttien boeken had ik niet willen missen, maar dat neemt niet weg dat overmatige aandacht voor één bepaald type auteur ten koste gaat van gemarginaliseerde schrijvers. Voor elke man die te veel aandacht krijgt, is er een vrouw van wie we nog nooit gehoord hebben. Voor elke witte auteur die de hemel in geprezen wordt, is er een schrijver van kleur die geen kans krijgt. Voor elk heteronormatief verhaal dat verheerlijkt wordt, is er een LGBTI-verhaal dat onderbelicht blijft. In deze nieuwe serie breek ik met dit patroon en ga ik op zoek naar de achttien vrouwen die ik eerder dit jaar over het hoofd zag. De komende maanden lees ik wat ik niet las.

De eerste stop: Equatoriaal-Guinea. In mei las ik Juan Tomás Ávila Laurels By Night the Mountain Burns, het prachtige verhaal van een jongen die opgroeit op het afgelegen eiland Annobón. By Night is een van de boeken die ik niet had willen missen, maar er was een minstens even goede roman die ik niet las. Dat ik die over het hoofd zag is niet verwonderlijk, want de eerste naar het Engels vertaalde roman van een Equatoriaal-Guineese vrouw verscheen pas enkele maanden geleden. Die vrouw is Trifonia Melibea Obono, een journalist en politieke wetenschapper die aan de Universiteit van Salamanca een proefschift schrijft over gender en mensenrechten.

Door de uitgever (Feminist Press) en vertaler (Lawrence Schimel, een prijswinnende auteur en samensteller van queer bloemlezingen) had ik voordat ik ook maar één woord had gelezen al hoge verwachtingen van La Bastarda. Obono lost die verwachtingen zo goed als allemaal in. La Bastarda telt nog geen honderd bladzijden, maar vertelt een van de krachtigste verhalen die ik het afgelopen halfjaar las.

Net als By Night speelt La Bastarda zich af op een afgelegen locatie – niet in het midden van de oceaan, maar in een ruraal gebied in de buurt van de Gabonese grens. Daar treffen we op een middag de zeventienjarige Okomo aan, die op de vloer in haar oma’s keuken zit en met een scherp mes de teennagels van haar opa kortwiekt. Een vrouw die knielend voor een man zijn vuile klusjes opknapt – Obono had geen treffender beeld kunnen kiezen als symbool voor de patriarchale tradities van Fang, de bevolkingsgroep waar Okomo deel van uitmaakt.

Okomo hoort om twee redenen niet thuis in die traditionele omgeving. Ten eerste is er bijna niemand die echt om haar geeft. Zoals haar oma botweg zegt: ‘your mother is dead, your father is a scoundrel, and you’re a bastarda’. Ten tweede past Okomo op geen enkele manier in het stereotype, heteronormatieve hokje waar iedereen haar steeds maar weer in probeert te proppen. Ze heeft een hekel aan make-up, haar vlechten wil ze het liefst afscheren en ze voelt zich aangetrokken tot de mooie Linda – niet tot jongens.

Een van de weinige mensen in wie Okomo zichzelf herkent is haar oom Marcelo, die vanwege zijn liefde voor mannen bekendstaat als ‘man-woman’. Het is een onmenselijk bestaan. Als verrader van de tradities krijgt Marcelo de schuld van alle tragedies die er zijn, van het mislukken van de oogst tot de onvruchtbaarheid van zijn neef. In een samenleving waar alles draait om voortplanting, waar voorouders worden aanbeden omdat ze twaalf vrouwen hadden en zeventig kinderen, is er geen plaats voor mannen die van mannen houden.

Voor lesbiennes is er zo mogelijk nog minder plaats. ‘And how does Fang tradition define us?’ vraagt Okomo aan haar oom. ‘If a man who is with another man is called a man-woman, what are women called who do the same?’ Het antwoord van haar oom is even eerlijk als pijnlijk: ‘There isn’t a word for it. It’s like you don’t exist’.

Maar Okomo bestaat wel. Net als Dina, Pilar en Linda, de drie vrijgevochten meisjes met wie Okomo haar afkeer van make-up en haar liefde voor vrouwen deelt. De drie verwelkomen Okomo in hun ‘Indecency Club’ en even lacht het leven haar toe. Het duurt echter niet lang voordat de realiteit de vier meisjes inhaalt en ze net als Marcelo op meedogenloze wijze worden gestraft voor wie ze zijn. In hun krampachtige pogingen om de tradities te beschermen, wijken hun families niet terug voor geweld, misbruik en zelfs verkrachting.

Toch laat Obono de lezer niet wanhopig achter. La Bastarda eindigt op een sterke, krachtige manier, met woorden die klinken als een strijdkreet. Het is een strijdkreet waarvan je alleen maar kunt hopen dat hij luid en duidelijk te horen zal zijn voor alle mensen die ooit, net als Okomo, te horen kregen dat ze niet mochten bestaan.

4 Comments

  1. Alleen al van het lezen van deze recensie kreeg ik tranen in mijn ogen, en wat ben ik blij dat het boek eindigt met een krachtige strijdkreet. Dit boek staat op mijn verlanglijst.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *