Afrika

Soedan: islamitisch feminisme

14/11/2018

In 2000 ging de allereerste Caine Prize for African Writing naar het kortverhaal ‘The Museum’ van de Soedanese auteur Leila Aboulela (1964), die regelmatig geprezen wordt om haar kalme, gracieuze en lyrische proza. Reden genoeg om een van haar boeken te lezen. Ik koos voor haar tweede roman, Minaret (2005), die in 2007 in Nederland verscheen in een vertaling van Wim Scherpenisse.

Het boek lost alle verwachtingen over Aboulela’s schrijfstijl meteen in – die is ingehouden en lyrisch en trekt de lezer langzaam het verhaal in. Op enkele details na, zoals de misplaatste verwijzingen naar een ‘havo-examen’ in Khartoem en een ‘vwo-eindexamen’ in Engeland, is de vertaling mooi. Geen verrassing natuurlijk, want Wim Scherpenisse kwam ik al eerder tegen: hij vertaalde ook Voorbij de Horizon en De Stenen Maagden.

Aboulela’s verhaal springt heen en weer tussen het Khartoem van de jaren ’80 en het Londen van de jaren ’90 en ’00. We volgen Najwa, die als dochter van een welgestelde politicus opgroeit in de Soedanese hoofdstad. Haar vierkoppige familie heeft maar liefst zes personeelsleden en Najwa leidt een luxeleven, vol reizen naar Londen en feesten in de Amerikaanse club. Aan dat alles komt plots een einde wanneer er aan het begin van Najwa’s studententijd een staatsgreep plaatsvindt. Haar vader wordt gearresteerd en de rest van het gezin vlucht naar Londen. Daar ‘vallen ze uit elkaar’: Najwa’s broer komt in de gevangenis terecht na een drugsdeal en haar moeder overlijdt aan kanker. Al snel staat ze er alleen voor.

Het contrast met haar leven in Khartoem had niet groter kunnen zijn. Rijkdom maakt plaats voor armoede en een universitaire studie maakt plaats voor een aanstelling als huishoudhulp. Toch is Najwa gelukkig, vooral omdat haar houding tegenover het geloof ook verandert. In Khartoem was ze nooit echt religieus, maar in Londen wordt de aantrekkingskracht van de islam steeds groter. Langzaam raakt ze ervan overtuigd dat Allah haar verleden zal vervangen door iets ‘grootsers, krachtigers en hogers’.

Wanneer Najwa twintig jaar na haar vertrek uit Khartoem in dienst treedt van een rijke, Arabische vrouw, wordt ze al snel verliefd op diens broer. Als toegewijd moslim vormt Tamer de tegenpool van haar jeugdliefde Anwar, een activistische, communistische student die het geloof belachelijk maakte en haar vader bekritiseerde. Minaret is een roman van tegenstellingen.

Dankzij de complexiteit van haar verhaal, schildert Aboulela een prachtig genuanceerd portret van een islamitische vrouw in het Engeland van vijftien jaar geleden. Nauwlettend houdt ze alle cliché’s over de islam op afstand. Waar anderen het geloof maar al te vaak met extremisme in verband brengen, schrijft Aboulela bewust over het leven van de ‘gemiddelde’ moslima. Sterker nog, Najwa is niet eens geïnteresseerd in politiek. Ook het schadelijke idee dat hoofddoeken enkel dienen om vrouwen te onderdrukken, wordt door Minaret ontkracht. Najwa wordt niet gedwongen om een hoofddoek te dragen, maar kiest daar nadrukkelijk zelf voor. ‘[N]iet slecht, helemaal niet slecht’, denkt ze wanneer ze haar nieuwe spiegelbeeld ziet in een Londense winkelruit. ‘Ik werd omgeven door een nieuwe zachtaardigheid’.

Het geloof brengt Najwa rust, geluk en vrijheid. Zodra ze een hoofddoek draagt, hoeft ze zich niet langer druk te maken om de manier waarop mannen naar haar kijken. Wanneer ze zich bij de vrouwen in de moskee voegt, is de sfeer ‘koel en aangenaam, meisjesachtig en onschuldig’. Al zittend op de grond, omringd door vrouwen en kinderen, is Najwa het gelukkigst. Alle mannen in haar leven stellen haar een voor een teleur, maar op het geloof kan ze altijd terugvallen. ‘When writing Minaret, I was very conscious that it was a kind of Muslim feminist novel’, zegt Aboulela in een interview met Claire Chambers. En zo is het.

Dit vind je misschien ook interessant

1 Reactie

  • Reply Lidy Pelsser 14/11/2018 at 10:13

    Toen ik las dat haar houding ten opzichte van het geloof verandert, las ik daarin dat ze meer afstand nam tot het geloof. Dat klopte dus niet, want in de volgende zin staat meteen al het tegendeel. Ik ben verbaasd dat, zelfs tussen het lezen van twee regels door, er in mijn hoofd al een aanname is over wat er bedoeld wordt.
    Ik ben heel benieuwd naar dit boek!

  • Laat een bericht achter