Azië

Qatar: de wereld brak in tweeën

20/05/2019

De bedoeïense Matar is nog maar een paar maanden in Amerika wanneer hij voor het eerst kennismaakt met Sophia, de moeder van zijn Amerikaanse geliefde Gale. Bij zo’n gelegenheid hoort een gepast cadeau. Denkend aan de kepsa die zijn moeder altijd voor hem maakte, besluit Matar om een lammetje mee te nemen. Voordat ze aankomen bij de boerderij van haar moeder, bindt Gale een gele strik om de nek van het lam. Matar vindt dat merkwaardig, maar sinds zijn aankomst in Amerika heeft hij al honden met truien en katten met sieraden gezien, dus hij neemt aan dat lammetjes met strikken een bizar lokaal gebruik zijn. Gales moeder is opgetogen met haar cadeau, pakt het lam op en wiegt het in haar armen.

De volgende ochtend staat Matar vroeg op om zijn cadeau te bereiden. Pas wanneer hij met bebloede handen terugloopt naar de veranda, ziet hij de horror op de gezichten van Sophia en Gale. Sophia werpt één blik op het slappe lam dat over Matars schouder hangt, loopt naar binnen en slaat de deur achter zich dicht. (Zelf breekt ze de nekken van kippen door ze rond te zwaaien boven haar hoofd, maar dat is natuurlijk iets héél anders.)

De anekdote is afkomstig uit de memoires van de Qatari-Amerikaanse kunstenaar, schrijver en filmmaker Sophia al-Maria (1983). Het verhaal illustreert haar verteltalent, haar vlotte pen en haar gevoel voor humor, en geeft een voorproefje van de cultuurverschillen waarmee ze zal opgroeien, want al-Maria is de dochter van Gale en Matar. Tijdens haar jeugd pendelt ze tussen het platteland van de regenachtige staat Washington en een appartement te midden van bouwplaatsen in Doha, de hoofdstad van Qatar. In The Girl Who Fell to Earth vertelt ze hoe het is om van jongs af aan heen en weer getrokken te worden tussen twee culturen.

De eerste keer dat al-Maria zich bewust wordt van het verschil tussen Amerika en Qatar, is ze bijna vijf jaar oud. Haar vader is teruggekeerd naar Doha om werk te zoeken en stuurt zijn gezin een bijna geheel beige video, een shot van de woestijn gezien vanuit de auto. Op de achtergrond hoort al-Maria haar vaders taal en even later geeft hij hun een virtuele rondleiding door hun toekomstige huis. In de video herkent al-Maria geen van de cliché’s die zo vaak te horen zijn over het Arabische schiereiland. Voor haar zijn de beelden niet exotisch of mysterieus. Wel zijn ze compleet anders dan het Amerikaanse Puyallup dat ze zo goed kent: ‘seeing the video permanently cracked the world into two halves for me’.

Het huwelijk tussen haar moeder en vader loopt uiteindelijk stuk, maar al-Maria blijft haar hele jeugd heen en weer reizen tussen de VS en Qatar. Op een gegeven moment verhuist ze zelfs naar Doha olm haar middelbare school af te maken. De scheur tussen de twee werelden is nooit ver weg. In Amerika vragen haar klasgenoten haar of Sadam Hussein haar vader is;  in Doha kan ze juist niet ontsnappen aan clichés uit de VS. Ze gaat er naar een typisch Amerikaanse high school waar ze haar abaya elke ochtend verruilt voor jeans en Converse-gympen. Ze noemt het een culturele whiplash: ‘I felt like a deep-sea diver, adjusting constantly to the pressures of the two very different environments.’

Ook haar familie ervaart een soort whiplash, maar dan eentje die veroorzaakt wordt door conflicten tussen het traditionele en het moderne. Met een scherp oog laat al-Maria zien hoe haar familie gedwongen werd om hun rondtrekkende bestaan in één enkele generatie om te vormen tot een leven in raamloze appartementencomplexen. Het is een leven vol armoede en discriminatie, want al-Maria’s familie maakt deel uit van de al-Dafira-gemeenschap en die wordt zelfs door andere Qatari als bruut en barbaars gezien.

Als de lezer door dit soort verhalen ook maar even denkt dat Qatar de ouderwetse en verdrukkende omgeving is en Amerika de vrije, zet al-Maria haar meteen op haar plaats. Ze voelt ze zich in Doha juist vrijer dan in de VS. Het Midden Oosten zit net middenin de revolutie die satelliet-tv heet, en bij de familie van haar vader maakt al-Maria kennis met programma’s die ze nooit of te nimmer had mogen kijken bij haar moeder thuis. ‘Doha was surprisingly free for me compared to Puyallup. There was no curfew, no diet, and no one able to read my diary.’

Door al-Maria’s openheid en haar invoelende schrijfstijl voelt het overigens alsof ze toch een tipje van de dagboeksluier heeft opgelicht. In 2014 vertelde ze in een interview met Helen Nugent dat ze zich een beetje belachelijk voelde om als negenentwintigjarige al memoires te schrijven. Uiteindelijk deed ze het toch. ‘All over the world, there are people who are bi-cultural and they are confused about that’, zei ze. ‘[I]t felt like an important thing to do.’ En dat was het ook.

Dit vind je misschien ook interessant

2 Reacties

  • Reply Lidy 20/05/2019 at 07:27

    Wat een prachtige anekdote aan het begin van deze recensie, een duidelijke illustratie van hoe moeilijk het is als je moet leven binnen twee culturen. Dit lijkt me een prachtig boek.

    • Reply Anne 20/05/2019 at 19:23

      Ja he? Mooi hoe ze serieuze onderwerpen bespreekt op een lichte toon en met humor, maar wel zo dat het je raakt.

    Laat een bericht achter