Sao Tomé en Principe: een land van poëzie

Al voordat ik begon met zoeken, wist ik dat het niet makkelijk zou zijn om een boek uit Sao Tomé en Principe te vinden. De twee eilanden in de Golf van Guinee vormen samen het op één na kleinste land van Afrika (alleen de Seychellen zijn nog kleiner) en er is geen lange literaire traditie – in ieder geval niet op papier. Mijn voorganger Ann Morgan kon geen enkele vertaalde roman, verhalenbundel of autobiografie uit Sao Tomé en Principe vinden. Ze kwam uiteindelijk met een bijzondere oplossing: ze zette een oproep op Facebook en Twitter en vond negen vrijwilligers die allemaal een verhaal uit een verhalenbundel van Olinda Beja voor haar vertaalden. Door dit uitzonderlijke staaltje boekenliefde was het allereerste Engelstalige boek uit de eilandengroep een feit. De bundel werd echter nooit gepubliceerd en dus begon ik, zonder al te veel hoop, aan de langste zoektocht tot nu toe.

Op zich is er online redelijk wat Santomese literatuur te vinden. Vooral Conceição Lima’s poëzie is goed vertegenwoordigd, bijvoorbeeld op Words Without Borders, World Literature Today en The Poetry Translation Centre. Er zijn zelfs ‘bewegende gedichten’ te zien op de website van Moving Poems, namelijk hier en hier. Maar een gedicht is nog geen boek, en dus zocht ik verder.

Ik vond The Heinemann Book of African Women’s Poetry (1995), samengesteld door Stella en Frank Chipasula, waarin poëzie is opgenomen van de Santomese dichters Alda Espírito Santo en Maria Manuela Margarido. Het was een verleidelijke optie, maar toch viel het boek af – een verzamelbundel met gedichten uit heel Afrika kan moeilijk Santomees genoemd worden.

Heel even kreeg ik hoop toen ik in een interview las dat David Shook bezig is met een vertaling van Conceição Lima’s poëzie, getiteld No Gods Live Here: The Selected Poems. Toen ik de bundel nergens kon vinden, begon ik te vrezen dat mijn papieren wereldreis in Sao Tomé en Principe zou stranden.

Maar ik googelde verder. Ik spitte het hele internet om, en ergens diep begraven onder een berg links vond ik uiteindelijk een boek dat geheel gewijd is aan Santomese literatuur: Donald Burness’ Ossobó. Essays on the Literature of São Tomé and Principe. Toegegeven, dit boek breekt nogal wat regels. Donald Burness komt niet uit Sao Tomé en Principe (hij is Amerikaans) en zijn boek is geen fictie (zie de titel). Maar aan het eind van het boek zijn drieëntwintig gedichten opgenomen van tien verschillende Santomese dichters, vertaald door Burness zelf, en bovendien citeert hij in zijn essays de ene na de andere auteur. Ossobó leek mijn enige kans te zijn om wat meer Santomese literatuur te lezen dan alleen een enkel gedicht hier of daar.

In de introductie schrijft Niyi Afolabi dat Burness naast de grote dichters van Sao Tomé en Principe, zoals Alda Espírito Santo, ook onbekendere Santomese schrijvers bespreekt. In eerste instantie leek zijn boek daarom perfect bij mijn project te passen. Dat veranderde echter toen duidelijk werd waarom die auteurs geen bekende Santomese schrijvers zijn: ze zijn überhaupt niet Santomees, maar Portugees. Zo is Burness’ eerste essay geheel gewijd aan het werk van Fernando Macedo, die in Portugal geboren werd en nooit permanent op Sao Tomé en Principe woonde. Ook de tien dichters achterin het boek blijken niet allemaal Santomees – een kleine tegenvaller.

Toch heeft Burness met zijn boek een belangrijke bijdrage geleverd aan de zichtbaarheid van Santomese literatuur in de Engelstalige wereld, alhoewel het boek ook de nodige kritiek heeft gekregen (Gerhard Seibert, onderzoeker aan het Afrika-studiecentrum van het Universitair Instituut in Lissabon, geeft op H-Net een lange opsomming van wat volgens hem feitelijke onjuistheden zijn).

Burness verdeelt zijn boek in drie essays over thema’s die volgens hem uniek zijn voor de literatuur van Sao Tomé en Principe. Het eerste essay gaat over Fernando Macedo en de Angolares, een afgezonderde bevolkingsgroep die aan de kust van Sao Tomé woont. In het tweede essay vertelt Burness over het Bloedbad van Batepá in 1953, waarbij kolonisten honderden Forros martelden en vermoorden, en bespreekt hij de literaire naleving hiervan in het werk van onder andere Sum Marky en Alda Espírito Santo. Het laatste essay gaat over de ossobó oftewel ‘whistle of the rainforest’, een soort koekoek die als geen andere vogel in Sao Tomé en Principe toegezongen wordt door dichters en verhalenvertellers.

Sommige van die thema’s keren terug in de gedichten achterin het boek (al zit een ode aan de ossobó er vreemd genoeg niet tussen). Zo schrijft Alda Espírito Santo in het ritmische ‘Where Are the Men Hunted Down in This Wind of Madness’ over het bloedbad, de zoektocht naar rechtvaardigheid en de hoop op een betere wereld:

[…]

Ai the quay, the blood, the men,

the chains, the blows, the beatings

ringing, ringing, ringing

falling in the silence of crushed lives

of the screams, the crying out from pain

of men no longer men,

at the hands of executioners without name.

Zé Mulato, in the story of this quay

shooting men corpses falling

silence.

[…]

And I respond amidst the silence

with those voices raised

demanding justice…

One by one, all in a row…

For you, executioners,

pardon has no time.

Justice will ring.

[…]

Bijzonder is het werk van Francisco José Tenreiro, de eerste zwarte dichter die in het Portugees schreef. In zijn gedichten vol passie en uitroepen is ras een terugkerend thema. In een beeldende ode aan Sao Tomé eist hij het eiland op: ‘this is the land of men singing life / unknown to the white man / this is the land of sàfu of sòcòpé / of the mulatto woman’. Meerdere keren gebruikt hij het beeld van een schaakbord, zoals in ‘Song of the Mulatto’:

I was born from black and white

and whoever looks at me

is like one looking

at a chess board:

the view passing quickly

a confusion of color

in the eye of whoever sees me

Het is geen toeval dat de auteurs die achterin het boek zijn opgenomen allemaal dichters zijn. Voor een land van 1001 vierkante kilometer heeft Sao Tomé en Principe opvallend veel goede poëzie voortgebracht. Waarom Donald Burness in ‘the first book in English devoted solely and specifically to the literature of São Tomé and Principe’ de noodzaak voelde om uit te wijken naar Portugese auteurs, blijft daarom een vraagteken. Als de gedichten van Alda Espírito Santo, Fransisco José Tenreiro en de andere Santomese dichters in Ossobó één ding duidelijk maken, dan is het wel dat de literatuur uit Sao Tomé en Principe zelf meer aandacht verdient.

4 Comments

  1. Wat een zoektocht, maar die heeft wel wat opgeleverd, prachtige gedichten! Ik ben benieuwd naar het boek uit het allerkleinste land! Stel dat je daar niets vindt, dan zou ik de reis zeker niet beëindigen, maar gewoon een flinke aanloop nemen, een sprong, en dan verder naar het volgende land!

    1. Daar heb je helemaal gelijk in. Ik denk trouwens dat het met de Seychellen wel goed komt, maar het allerkleinste land ter wereld (Vaticaanstad) zou nog wel eens een probleem kunnen worden, net als alle kleine eilandstaten in de Grote Oceaan.

    1. Laten we het hopen! Ik heb toevallig net een boek uit de Marshalleilanden gevonden. Het duurt nog wel even voor ik daar ben, maar die kan ik in ieder geval alvast afstrepen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *