Afrika

Wat ik niet las, deel 7: Sao Tomé en Principe

14/10/2018

In deze serie ga ik terug naar achttien verschillende landen, op zoek naar de vrouwen die ik eerder dit jaar over het hoofd zag. Eerder bezocht ik al Equatoriaal-Guinea, Gambia, Liberia, Monaco, Sierra Leone en Andorra. Technisch gezien hoort Sao Tomé en Principe niet in dit rijtje thuis, want in juni las ik al gedichten van Alda do Espírito Santo en Maria Manuela Margarido. Hun werk stond achterin de essaybundel van Donald Burness die ik had uitgekozen bij gebrek aan een vertaald boek van een Santomese auteur. Maar toch… met slechts vier gedichten die bijna verzopen tussen het werk van maar liefst acht mannelijke schrijvers, kreeg ik niet echt de indruk dat Burness de literatuur van Santomese vrouwen recht had gedaan. Tijd om te lezen wat ik niet las.

Voor zover ik weet bestaat er geen enkele integraal vertaalde dichtbundel van een Santomese vrouw (laat staan een verhalenbundel of roman), maar wie een beetje moeite doet, kan toch redelijk wat poëzie bij elkaar sprokkelen. Online is het werk van Conceição Lima goed vertegenwoordigd (namelijk hier en hier en hier en hier en hier en hier) en in Stella en Frank Chipula’s bloemlezing The Heinemann Book of African Women’s Poetry vond ik poëzie van, jawel, Alda do Espírito Santo en Maria Manuela Margarido.

Alles bij elkaar is het een bonte verzameling gedichten over allerlei verschillende onderwerpen, alhoewel enkele thema’s steeds weer terugkeren. Santo, Margarido en Lima schrijven bijvoorbeeld alle drie over de impact van de slavernij. In ‘Where are the Men Chased Away by that Mad Wind’, vertaald door Jacques-Noël Gouat, dicht Santo over het bloed dat vloeide, de vrijheid die gestolen werd en de levens die verwoest werden. In ‘Afro-Insularity’, vertaald door Russell G. Hamilton, beschrijft Lima de nalatenschap van slavenhandelaars in woorden die ik niet snel zal vergeten:

 

On the islands they left a legacy
of hybrid words and sorrowful plantations

[…]

And alive they became stuck on the rocks
like scabs—every coffee tree now breathes
a dead slave

 

En in ‘Roça’, vertaald door Julia Kirst, vertelt Margarido in zulke rake woorden over het verlangen naar vrijheid, dat ik het gedicht keer op keer herlas. Onder haar pen bloedt de nacht, verwond door een scherpe speer van woede. De dag daarop verandert de tot slaaf gemaakte die woede met een bijl in hoop en tot slot in zekerheid:

 

The night wounded
by a sharp spear
of rage
bleeds in the woods.
Dawn also bleeds
in its own way:
the dawn bell
awakens the cleared yard.
The overseer begins
to assign tasks
for another day of work.

The morning still bleeds:
you cut the banana tree
with a silver axe;
hoe the bushes
with an axe of anger;
open the coconut
with an axe of hope;
cut bunches of andim
with an axe of certainty.

And at sunset you return
to the slave quarters;
the night sculpts its cold lips
on your skin.
And you dream about a future
of a free life,
that your action
will bring about.

 

In een ander gedicht, ook vertaald door Julia Kirst, bezingt Margarido het Santomese landschap. Het is woest en explosief, vol stormen en kwellingen: ‘Grey parrots / explode in the palm trees’ comb / and cross each other in my childhood dream, / in the blue porcelain of oysters.’

Santo’s ‘The Same Side of the Canoe’, vertaald door Allan Francovich en Kathleen Weaver, eindigt juist met een sereen beeld. Het gedicht leest als een gepassioneerd betoog voor eenheid (‘We want to join our millenary hands, […] in a great league encompassing / the earth from pole to pole’). De verteller weet dat haar ‘brother of the canoe’ denkt dat ze niet aan dezelfde kant staat, maar ze verzekert hem dat hij het mis heeft: ‘The canoe slips away, serene, / on course to the marvellous beach / where our arms join / and we sit side by side / together in the canoe of our beaches.’

Extra bijzonder zijn de bewegende gedichten van Conceição Lima op Moving Poems, vertaald door David Shook en voorgelezen door Lima. ‘Statues’, waarin Lima dicht over Santomese beelden die de hoogte minachten, opent met door het beeld buitelende kinderen. In ‘Archipelago’ horen we op de achtergrond het geruis van de golven. Er leven hier geen goden, zegt Lima. Alleen de mens en de zee.

‘Archipelago’ vormde de inspiratie voor de werktitel van David Shooks vertaling van Lima’s poëzie, No Gods Live Here, waar hij in 2016 in een interview met Rebecca Sutton over vertelde. Wellicht laat die Engelstalige Santomese bundel niet lang meer op zich wachten.

Dit vind je misschien ook interessant

2 Reacties

  • Reply Lidy Pelsser 14/10/2018 at 18:47

    Nooit eerder zag en hoorde ik bewegende gedichten. Wat een kracht gaat er van uit!

    • Reply Anne 14/10/2018 at 19:17

      Mooi he? Portugees klinkt ook zo mooi. Ik heb toen ik nog Nederlands studeerde wel eens gedichten met animaties behandeld, zoals deze korte film van Patrick Raats bij Gorters ‘Zie je ik hou van je’. Ik schrok er eerst heel erg van, omdat het zo’n naargeestige en onheilspellende sfeer schept bij een gedicht dat heel lieflijk begint (ook al eindigt het misschien niet zo lieflijk), maar na een paar keer kijken vond ik het juist prachtig en heel indringend. Ik moet er nog steeds aan denken elke keer dat ik dat gedicht lees.

    Laat een bericht achter