Afrika

Wat ik niet las, deel 9: Mauritanië

07/02/2019

In deze serie ga ik terug naar achttien verschillende landen, op zoek naar de vrouwen die ik in de eerste helft van 2018 over het hoofd zag. Het is telkens weer afwachten wat voor boeken ik tegenkom in deze serie, en vooral: óf ik boeken tegenkom. Meerdere keren ben ik niet verder gekomen dan enkele gedichten uit een bloemlezing (zoals deze uit Sao Tomé en Principe) of een online gepubliceerd verhaal (zoals mijn keuze voor Andorra). In Mauritanië kwam het pas echt aan op het betere sprokkelwerk. De zoektocht naar een vertaald boek gaf ik al snel op, want begin 2018 was het al moeilijk genoeg om Moussa Diagana’s The Legend of Wagadu as seen by Sia Yatabere te vinden (en zelfs dat bleek uiteindelijk geen boek te zijn). In plaats daarvan ging ik op zoek naar losse gedichten en verhalen. Het resultaat van de speurtocht: zes verschillende teksten van drie verschillende auteurs, verspreid over twee bloemlezingen en een poëziewebsite.

Een van die bloemlezingen is Women Writing Africa. The Northern Region, geredigeerd door Fatima Sadiqi, Amira Nowaira, Azza El Kholy en Moha Ennaji – een fantastische uitgave van Feminist Press bedoeld om Afrikaanse vrouwen een podium te geven. Wanneer ik de bloemlezing opensla, wordt duidelijk waarom ik zo weinig werk van Mauritaanse vrouwen kon vinden: in Mauritanië is schrijven een mannenzaak. Vooral poëzie wordt er gezien als een mannengenre. ‘[T]o be a woman poet means to question the very foundation of womanhood,’ zegt Mbarka Mint al-Barra’ in een interview dat is opgenomen in de bloemlezing.

Mint al-Barra’ is een belangrijke Arabische schrijver en de enige auteur wier werk is opgenomen in beide bloemlezingen én op de poëziewebsite, maar lange tijd voelde ze zich als dichtende vrouw niet op haar gemak. Ze voelde zich zelfs zo minderwaardig dat ze in de jaren ’80 een van haar dichtbundels in brand stak. Pas toen één van haar gedichten zonder haar medeweten werd gepubliceerd en de reacties positief waren, begon ze haar werk te publiceren. Een eind-goed-al-goed is het niet helemaal, want ze is haar minderwaardigheidsgevoelens nooit kwijtgeraakt en ze voelt zichzelf nog steeds genoodzaakt om haar gedichten te censureren.

Desalniettemin spat haar poëzie van de pagina’s. Vooral ‘Message from a Martyr’, geschreven in reactie op het Israëlisch-Palestijns conflict en vertaald door Joel Mitchell en The Poetry Translation Workshop, is erg indrukwekkend. Elke regel bruist van liefde voor Palestina en schreeuwt om verzet tegen het onrecht. Je kunt het lezen op PoetryTranslation.org.

Behalve Women Writing Africa las ik ook gedichten uit Poems for the Millennium, een lijvig boekwerk over Noord-Afrikaanse literatuur. In hun introductie over Mauritaanse literatuur schrijven redacteurs Pierre Joris en Habib Tengour dat Mauritanië ook wel het land van de miljoenen dichters genoemd wordt. Literatuur is er niet te onderscheiden van liederen en muziek, waardoor poëzie het voornaamste genre is. En inderdaad: de zes teksten die ik vond, zijn allemaal liederen of gedichten.

Zo staat er in Women Writing Africa een songtekst van Malouma, een zangeres die door Abena P.A. Busia ‘the first truly modern Mauritanian composer’ genoemd wordt. Haar liedjes zijn zowel stilistisch als inhoudelijk revolutionair: in haar repertoire geen ellenlange lofzangen, maar korte liedjes die steun geven aan gemarginaliseerde groepen. In dit geval is het een korte, krachtige tirade over een arrogante man die een onverbiddelijke boodschap meekrijgt: ‘Patience has limits’.

De andere liedteksten staan in Poems for the Millennium en zijn geschreven door Aïcha Mint Chighaly, een zangeres die muziek met de paplepel kreeg ingegoten. Haar vader is een belangrijke griot en de band die haar altijd vergezelt, bestaat uit haar broers en haar schoonzus. Eén van haar teksten is net een rondleiding door Aftout, een departement van Mauritanië. In het andere, een nostalgisch lied over onzekere tijden en een oude, inmiddels zwart verbrande baobab, lees ik alles wat er mis is met de wereld.

Het lied doet me denken aan Mint al-Barra’s gedicht ‘Poetry and I’, vertaald door Joel Mitchell en de Poetry Translation Workshop. Ook Mint al-Barra uit haar zorgen over de wereld. Haar troost is de poëzie zelf:  

The sin is that I wasn’t a stone

And the troubles of the world make me sleepless

And I shield myself with poetry

And it keeps me company when I’m far from home

And poetry is my satchel that I will always carry with me

It holds the taste and fragrance of the earth

It holds thickets of prickly branches

It holds palm fronds loaded with dates

It paints all the stories of love in my language

Its colours form the spectrum from grape to dawn

Op basis van al deze Mauritaanse poëzie, kan ik Mint al-Barra’ alleen maar gelijk geven. Ja, poëzie bevat de smaak en geur van de aarde, schildert alle liefdesverhalen en bevat alle kleuren. Daarom hoef je soms slechts zes gedichten te lezen om een hele wereld te ontdekken.

Dit vind je misschien ook interessant

1 Reactie

  • Reply Lidy 08/02/2019 at 18:17

    Wat een prachtig en ontroerend gedicht

  • Laat een bericht achter